STOFFENDAG 2017

Veilig en gezond omgaan met gevaarlijke stoffen

Workshops 2017

Op deze pagina kunt u de diverse workshops vinden die tijdens de Stoffendag 2017 worden aangeboden. Tijdens de bijeenkomst kunt u drie workshops bijwonen. 

Hoe selecteer ik de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)?

Bert Koelewijn (Vandeputte)

Uit de vragen die ik ontvang van bedrijven uit heel Nederland, blijkt dat het niet altijd heel evident is om de juiste keuze te maken binnen de uitgebreide keuze aan PBM's. Daarom grijp ik deze workshop aan om u – aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden – te tonen hoe u de handschoenen, chemische kledij en adembescherming kiest die het meest geschikt zijn voor uw werksituatie.

Vertrekkend vanuit de risico's overlopen we welke PBM's kunnen bijdragen tot veiliger werken. Zo krijgt u een beter zicht op welke veiligheidsmaterialen in uw situatie kunnen bijdragen tot veiliger werken. Er wordt ook uitgelegd wat de markering op uw PBM precies betekent, welke materialen worden gebruikt en hoe u de materialen correct gebruikt en onderhoudt.

Maar...als bedrijf kan je alle preventieve maatregelen nemen en de juiste beschermingsmiddelen ter beschikking stellen, toch is het mogelijk dat werknemers het slachtoffer worden van contact met agressieve vloeistoffen. Op dat moment is het essentieel dat de medewerker zo snel mogelijk en op de juiste manier behandeld wordt. Ook hier geef ik een aantal tips mee, die ervoor kunnen zorgen dat de restletsels zo beperkt mogelijk blijven.


REACH basiskennis: wat zijn de verplichtingen?

Margaret Wouters (Coördinator REACH en CLP Helpdesk)

De laatste registratiedeadline van REACH komt snel dichterbij. Vanaf 31 mei 2018 moeten ook de stoffen die tussen de 1-100 ton per jaar geïmporteerd of geproduceerd worden, geregistreerd zijn bij het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA). Is je stof niet geregistreerd, mag je de stof vanaf 1 juni 2018 niet meer op de markt brengen. 

Met deze registratiedeadline krijgen nóg meer bedrijven direct te maken met verplichtingen vanuit REACH. Wist je bijvoorbeeld dat je met het importeren van een mengsel van buiten de EU ook te maken kan krijgen met de registratieverplichting? Dit wordt namelijk gezien als het importeren van meerdere stoffen. Maar ook gebruikers van stoffen krijgen met nieuwe verplichtingen te maken.

In deze workshop worden de verplichtingen van REACH nog eens voor u op een rijtje gezet, en worden vragen beantwoord als:

Hoe ver is uw bedrijf met REACH? 
Welke kansen biedt REACH?
Welke alternatieven zijn er?

Stel al uw vragen aan een REACH expert!


Veilige Werkwijze voor gevaarlijke stoffen in laboratoria

Wim Grisnich (AH/HVK DSM Resins & Functional Materials)

Vanuit de zorgplicht die de Arbowet de werkgevers oplegt moet ieder bedrijf dat met gevaarlijke stoffen werkt de risico's in kaart brengen. Dat betekent dat er voor iedere stof en voor iedere handeling met die stof beoordeeld moet worden wat de risico's zijn en welke maatregelen er eventueel genomen moeten worden. In sommige bedrijven is dat door de hoeveelheid verschillende stoffen en/of het aantal verschillende handelingen per stof een vrijwel onmogelijke opgave; laboratoria zijn hier sprekende voorbeelden van.

Gelukkig biedt de wetgever een drietal mogelijkheden om dit pragmatischer te benaderen. Twee hiervan zijn algemeen bekend en toegepast, namelijk schatten (bv. met Stoffenmanager of ECETOC-TRA) en meten, maar de praktijk leert dat het ook met deze aanpak soms vrijwel ondoenlijk is om alles te beoordelen. Vaak ziet je dat in het beste geval alleen de meest gevaarlijke stoffen op deze manier beoordeeld worden.

Toch is er nog een derde mogelijkheid die feitelijk de meest eenvoudige is en die wel volledig is, maar nog nauwelijks toegepast wordt en dat is de Veilige Werkwijze. Deze zorgt er door zijn eenvoud voor dat je je energie vooral kunt steken in risicobeheersing en zo min mogelijk in papierwerk.

In deze workshop wordt het principe van de Veilige Werkwijze uitgelegd en toegelicht aan de hand van een actuele casus van het ontwikkelen van een Veilige Werkwijze voor gevaarlijke stoffen in laboratoria.


Help, mijn stof verdwijnt! REACH 2018

Robert van Beek (FME)

31 mei 2018, de laatste REACH registratiedeadline. Vanaf dat moment moeten alle stoffen die tussen de 1-100 ton per jaar worden geproduceerd of geïmporteerd, geregistreerd zijn. Stoffen die op 1 juni 2018 niet geregistreerd zijn, mogen niet meer op de markt gebracht worden. Deze datum is dan ook niet alleen van groot belang voor stofleveranciers, maar zeker ook voor downstream gebruikers van stoffen. Het ziet ernaar uit dat veel klein-volume stoffen niet geregistreerd zullen worden. Het is echter de vraag of u als downstream gebruiker dat op tijd te horen krijgt, of dat pas op 1 juni 2018 duidelijk wordt dat de stof niet meer leverbaar is.

In deze workshop wordt de situatie van stoffen die na 31 mei 2018 verdwijnen, uitgebreid toegelicht. Wat kunt u als downstream gebruiker van een dergelijke stof doen om hierop voor te bereiden? En als het toch gebeurd, wat zijn uw opties over het nog gebruiken van een niet-geregistreerde stof ná de deadline?


Veilige Werkwijze voor onderhoudsmiddelen

Anne Berger (Health & Safety manager, Dunlop) & Arjen Wiegmans (Arbeidsinspecteur, Inspectie SZW)

Monteurs moeten veilig kunnen werken met onderhoudsmiddelen zoals ontvetters, lijmen, verven en oliën. Deze middelen zijn veelal geclassificeerd als gevaarlijke stoffen en bevatten vaak CMR-componenten waarvoor een uitfaseringsplicht geldt. Ondanks dat de gebruikte hoeveelheden op jaarbasis niet groot zijn, moet de werkgever ook voor deze categorie gevaarlijke stoffen beoordelen of dit daadwerkelijk veilig kan.

De Nederlandse rubber- en kunststofindustrie heeft in samenwerking met de Inspectie SZW een pilot gestart om hiervoor een pragmatische aanpak te ontwikkelen. Vergroting van de bewustwording ten aanzien van de gevaren van de gevaarlijke stoffen die tijdens onderhoudswerkzaamheden worden gebruikt of vrijkomen speelt hierbij een belangrijke rol. Door kennisuitwisseling tussen bedrijven worden er mensvriendelijker alternatieven voor deze categorie gevaarlijke stoffen getoetst en branche gerichte werkwijzen belicht die moeten leiden tot een verminderde regeldruk voor de werkgever. Een aanpak die ook binnen andere branches kan worden toegepast.

In de workshop wordt deze aanpak verder toegelicht.


Het Activiteitenbesluit en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Heddy Lindeijer-Schoof (DGMI, Ministerie van I&W) / Edwin de Roij (VNCI)

In 2016 is de 4e tranche van het Activiteitenbesluit in werking getreden. Daarmee zijn de eisen voor de het minimaliseren en reduceren van de zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), die al golden in de NeR, wettelijk verankerd. Daarnaast zijn in 2016 ook de eisen voor de indirecte lozingen van ZZS-stoffen wettelijk verankerd. Voor veel, met name kleinere bedrijven, is dit nieuw.

Bedrijven zitten met vragen als: Wat zijn ZZS-stoffen? Hoe zit het met mengsels? Welke eisen stelt de overheid? Hoe kunnen bedrijven praktisch omgaan met de nieuwe eisen?

In deze workshop wordt, vanuit het perspectief van het chemische bedrijfsleven, ingegaan op deze vragen.


PGS15: Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen

Hoi-Yee Man (Royal HaskoningDHV)

Veel bedrijven in de industrie en MKB hebben te maken met (tijdelijke) opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en/ of werkvoorraden met verpakte gevaarlijke stoffen. Afhankelijk van de opslaghoeveelheden, type verpakkingen en de situatie (tijdelijk of permanent) zijn er regels en voorschriften hoe bedrijven hiermee om moeten gaan.

In deze workshop krijgt u inzicht welke verpakte gevaarlijke stoffen, welke hoeveelheden en welk type opslag onder de PGS15 vallen. Ook wordt duidelijk wanneer een situatie als werkvoorraad is te beschouwen en de regels van PGS15 niet van toepassing zijn. PGS15 maakt een onderscheid tussen een opslag kleiner dan 10 ton en groter dan 10 ton. Wat betekent het voor bedrijven als er meer dan 10 ton wordt opgeslagen? Welke aanvullende maatregelen moet u dan nemen ten opzichte van de kleinere opslag? In sommige situaties of bedrijfsactiviteit is het wenselijk om tijdelijk opslag te creëren. Welke aanvullende regels vanuit PGS15 gelden er dan?

Het tweede deel van de workshop bestaat uit een praktijkgericht deel. Concrete praktijkvoorbeelden illustreren hoe de PGS15 in de praktijk wordt toegepast en doorwerkt.


Autorisatie Chroom VI, wat hebben we geleerd?

Egbert Stremmelaar (Vereniging ION)

In 2006 werd REACH geïntroduceerd. REACH is een verordening (1907/2006) van de Europese Unie die is aangenomen om de gezondheid van de mens en het milieu beter te beschermen tegen de risico's die chemische stoffen kunnen opleveren en tegelijkertijd het concurrentie vermogen van de chemische industrie in de EU te verbeteren. Ook bevordert deze verordening alternatieve methoden voor de gevarenbeoordeling van stoffen om het aantal dierproeven te verminderen.

Toen de sunset date voor chroom VI bekend werd gemaakt is de markt gaan reageren. Er is veel tijd en geld geïnvesteerd in autorisatie aanvragen, metingen, alternatieven ontwikkeling en communicatie. Nog los van de vraag of de markt REACH ziet als een zegen, zoals het bevoegd gezag het graag positioneert, is er door onduidelijkheid in de procedure veel onnodig werk verzet en zijn er hiaten aan het licht gekomen. Ook blijken in de praktijk aannames lang niet altijd te kloppen en wordt er regelmatig niet correct gecommuniceerd.

In deze workshop zullen we proberen helder te krijgen wat de 'lessons learned' van de afgelopen jaren zijn. Dit is heel relevant omdat na chroom VI in totaal waarschijnlijk ca. 400 stoffen onder het autorisatieregime zullen gaan vallen.


Veiligheid Voorop: ook relevant voor MKB-BRZO bedrijven

Corine Baarends (Veiligheid Voorop/VNO-NCW)

Het initiatief komt vanuit de chemische industrie, maar de lessen die getrokken zijn, zijn voor veel branches, en ook voor het MKB relevant. Veiligheid Voorop richt zich op vier thema’s (pijlers) om de veiligheidscultuur- en prestaties binnen de BRZO-bedrijven verder te verbeteren. Dat zijn betrokken leiderschap, excellente veiligheidsbeheerssysteem (VBS), regionale veiligheidsnetwerken & versterking competenties en veiligheid in de keten. In deze workshop zal over de conclusies tot nu toe en over de relevantie voor het MKB worden gesproken.


Transportveiligheid en de rol van een veiligheidsadviseur

Wim van Dongen (Certified Chemical Safety Expert, All Prevent)

Ieder bedrijf dat wel eens met gevaarlijke stoffen te maken heeft, krijgt eerder vroeg dan laat met de vraag te maken: moet ik een veiligheidsadviseur inschakelen?

In deze workshop wordt klip-en-klaar uit de doeken gedaan wanneer je een veiligheidsadviseur vervoer  gevaarlijke stoffen moet inschakelen en wat deze adviseur voor je kan doen. Het betreft de aan- en afvoer van producten (zowel stukgoed en in bulk) alsook de afvoer van (gevaarlijk) afval. Met name het laden en lossen blijkt in de praktijk een grijs gebied.


5xbeter: veilige werkwijzen

Jos van de Werken (Beleidssecretaris Arbo, Koninklijke Metaalunie)

Om veilig te kunnen werken met gevaarlijke stoffen zijn in ieder geval een goede basisveiligheid, een register gevaarlijke stoffen en blootstellingsbeoordelingen noodzakelijk. De blootstellingsbeoordelingen zijn echter vaak situationeel bepaald, en verandering van omgeving geeft ook een verandering van blootstellingsbeoordeling. De beheerslast die hieruit volgt is groot.

Vandaar dat 5 partners uit het SER overleg (FME, Metaalunie, FNV, CNV en de Unie) gestart zijn om binnen het programma 5xbeter, een tool te ontwikkelen die veilige werkwijzen geeft. Op grond van een aantal parameters wordt met het systeem een veilige werkwijze voorgesteld. Deze tool wordt ondersteund en geaccepteerd door de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (iSZW). In deze workshop zal de werking van de tool worden gedemonstreerd.


Ketencommunicatie over veilig gebruik

Willem van Lanschot (secretaris VHCP)

Leveranciers van stoffen moeten ervoor zorgen dat hun stof veilig gebruik kan worden gebruikt. In blootstellingsscenario's geven zij aanbevelingen over het beheersen van de risico's. Dit moeten ze doen voor ieder gebruik. Maar hoe weten de leveranciers nu hoe waarvoor hun stoffen worden gebruikt? Welke verantwoordelijkheden hebben de (eind)gebruikers? Hoe komen zij in contact met elkaar? En hoe werkt dit bij mengels?

In de workshop wordt het juridisch kader geschetst en daarna krijgen de deelnemers de gelegenheid samen hun praktische vragen te bespreken.


Nieuwe wetgeving voor aanleveren productinformatie bij NVIC in 2020

Workshopleiders van NVIC en RIVM

Als uw bedrijf gevaarlijke producten ('mengsels') op de markt brengt, bent u wettelijk verplicht om het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC)  te informeren over o.a. de samenstelling en de toxicologische eigenschappen van het product. In januari 2020 wordt Annex VIII van de CLP Verordening van kracht en wordt de productinformatie die aangeleverd moet worden in alle EU lidstaten voortaan hetzelfde.

In Annex VIII wordt uiteengezet welke informatie aangeleverd moet worden bij het NVIC of andere ontvangende instanties. De annex introduceert ook de ontwikkeling van een elektronisch format, de invoering van een Unique Formula Identifier (UFI; komt op product label) en de invoering van een EU breed Product Categorisatie Systeem (PCS; gebaseerd op product toepassing). Deze hulpmiddelen en ook handleidingen komen begin 2018 ter beschikking.

Vanaf begin 2018 kunt u bij de nationale  REACH en CLP helpdesk uw vragen stellen over de invoering van de nieuwe wetgeving.

Tijdens de workshop wordt u geïnformeerd over de consequenties van de nieuwe wetgeving voor uw bedrijf en de rol die u, het NVIC en de REACH en CLP Helpdesk daarin spelen.

Pieter Brekelmans, team Productnotificatie NVIC
Ronald de Groot, team Productnotificatie NVIC
Thijs de Kort, adviseur chemische stoffen, RIVM


ATEX: is het explosieveiligheidsdocument nog actueel?

Ir. Andries Brakke (Hogere Veiligheidskundige/IECEx 05 explosieveiligheidsdeskundige, IAB Ingenieurs)

Zodra de minimale hoeveelheden aan brandbare gassen of brandbare vloeistoffen of brandbare stoffen volgens de NPR 7910-1/-2 zijn overschreden, dient er een ATEX zonering te worden opgesteld. Hierop zijn echter weer uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de UN-verpakkingen.

Het vaststellen van gevarenbronnen (lekken) en het bepalen van de ATEX zones is sterk afhankelijk van de ventilatie / afzuiging.

De ATEX zonering en alle overige maatregelen dienen te zijn beschreven in een explosieveiligheidsdocument, het zogenaamde EVD. Het EVD dient actueel te zijn en dient ook te worden getoetst. Aan de hand van praktische voorbeelden doorlopen we de inhoud van een EVD.


Omgaan met grenswaarden: praktische tips

Joost van Rooij (Caesar Consult)

Grenswaarden zijn er in allerlei soorten en maten. Waar vind je ze en welke moet je kiezen? En wat als er geen grenswaarde is? In deze workshop krijgt u praktische tips voor het omgaan met grenswaarden.


Versnelling stoffenbeleid: recente ontwikkelingen binnen o.a. REACH

ir. Hans Meijer (Coördinator Asbest, Bestrijdingsmiddelen en Chemische stoffen bij het Ministerie van I&M)

Hans Meijer gaat spreken over recente ontwikkelingen. Hierbij zal hij ingaan op zowel het Europees als het nationaal stoffenbeleid. Actuele onderwerpen zijn de stand van zaken over de aanpassing van de bijlagen van REACH om de informatievereisten voor nanomaterialen te verduidelijken, de evaluatie en REFIT van REACH en de situatie die nu is ontstaan voor criteria hormoonverstorende stoffen. Ook zal hij de actie 'versnelling stoffenbeleid' toelichten en daarbij ingaan op het waarom, welke acties hierbij worden voorzien en wat bedrijven en consumenten daarvan gaan merken.


Gevaarlijke stoffen, hoe pak je het aan? In gesprek met bedrijven, Inspectie SZW en TNO

Diverse workshopleiders (Inspectie SZW en TNO)

Werken met gevaarlijke stoffen kan leiden tot een beroepsziekte. Er overlijden in Nederland jaarlijks naar schatting ruim 2.700 mensen aan werkgerelateerde kanker. Daarnaast leiden ongunstige arbeidsomstandigheden onder de werkzame en gepensioneerde beroepsbevolking tot verlies van gezonde levensjaren, en dus tot een aanmerkelijke ziektelast. Acties om blootstelling te voorkomen zijn dus ontzettend belangrijk. Bedrijven willen graag in actie komen en doen al veel, maar weten niet altijd hoe en welke informatie precies beschikbaar is.

Daarom ondernemen Inspectie SZW en TNO actie. De 'road to zero' en 'roadmap on carcinogens' zijn actieprogramma's voor bewustwording en kennisdeling op het gebied van gevaarlijke stoffen (met name CMR stoffen). De Inspectie SZW en TNO nodigen jou uit voor een gesprek met hen en bedrijven over gevaarlijke stoffen en hoe dat aan te pakken. Daarbij willen we aandacht besteden aan de mogelijkheden in het nemen van technische beheersmaatregelen.

Met elkaar gaan we discussiëren over dieselmotoremissie (DME), kwartsstof, lasrook (inclusief Chroom VI), hardhoutstof, chroom VI en formaldehyde, waar we samen gaan praten over goede oplossingen.

Verder zullen Inspectie SZW en TNO toelichting geven op hun activiteiten in het kader van de 'Road to zero' en de 'Roadmap on carcinogens'. Wordt u actief deelnemer van de weg naar oplossingen?


Aandachtspunten bij het opstellen van veiligheidsinformatiebladen voor mengsels

Renske Beetstra (RIVM) en Rosienne Steensma (AkzoNobel)

Veiligheidsinformatiebladen zijn het belangrijkste communicatiemiddel in de keten van gevaarlijke stoffen. Zonder de informatie over de gevaren en risicobeheersmaatregelen is het onmogelijk om een goed arbobeleid te voeren. Er worden dan ook hoge eisen gesteld aan de veiligheidsinformatiebladen. Hoe zorg je er als formuleerder voor dat de informatie correct is, maar ook begrijpelijk en praktisch voor de (eind)gebruikers?. En hoe moet je de informatie uit blootstellingsscenario's verwerken? Hoe krijg je signalen van eindgebruikers en hoe ga je hiermee om?

We laten verschillende instrumenten zien die hiervoor beschikbaar zijn, en illustreren dit met voorbeelden uit de praktijk.